Positief zenne

(tromgeroffel…)

Vorige week dinsdag dé boost van de week mogen ervaren. Mijn directe verantwoordelijke op het werk vertelde me, aan het koffieapparaat nog wel, dat zij en mijn andere collega’s mijn inspanningen opmerken en appreciëren. Donderdag voegde ze er ‘het is precies of we een andere Joke zien’ aan toe. Mijn diensthoofd was ook eerlijk en gaf me mee dat ze wat bang is, dat ik de energie die ik nu extra in de communicatie op het werk steek niet zal kunnen blijven opleveren. Ik begrijp haar angst. Ik kan ook niet vertellen of ik na een periode niet volledig zal terugvallen omdat ik de energie er niet meer voor vind.  Woensdag op bedrijfsbezoek geweest met de collega’s, mijn voeten voelen vandaag pas aan dat ze hersteld zijn, heb nog steeds meer uren slaap nodig dan anders. Niet veel, maar toch ;-). Dezelfde week nog een andere positieve kant van werken teruggevonden op mijn zichtrekening 😀

Het was een goede week! Op naar de volgende!

Communicatie…

En zo blijkt (nog maar eens… :'( ) dat mijn vermogen om een situatie juist in te schatten gebreken vertoont die een ander niet verwacht. Maandag een soort van evaluatiegesprek gehad. Feedback heb ik in ieder geval gekregen. Een boodschap die hard aangekomen is, ondanks dat ik ze al zo vaak heb moeten horen. Nee, eigenlijk is het andersom, ze is hard, net omdat ik al zo vaak identiek dezelfde boodschap kreeg én dat ik besef dat het hoogstwaarschijnlijk niet mijn laatste keer zal zijn geweest… Ze is hard omdat ik had gehoopt dat ik in de voorbije jaren toch wat vooruitgang zou geboekt hebben op dat vlak. Surprise surprise, mijn werkpunt is COMMUNICATIE. Oh wat begin ik dat woord, maar vooral dat proces te haten. Ik ben ontzettend dankbaar voor de kansen die mijn collega’s en leidinggevenden mij willen geven. Het geduld, de tijd en het begrip dat ze opbrengen, wordt ECHT gewaardeerd. Maar de boodschap blijft hetzelfde: is er na 2 maanden echt geen vooruitgang te merken, dan kan er niet met mij samengewerkt worden. Het leuke aan de boodschap is natuurlijk dat ik goed en wel besef dat dit op elke werkplek die ik zal aandoen, zal gelden. Dus hoop ik zó hard dat ik in staat zal zijn om op die korte tijd al een vooruitgang te laten opmerken. Het is opnieuw niet de eerste keer dat dezelfde reden wordt aangehaald waarom de communicatie niet loopt. En waarschijnlijk zullen jullie ze ook wel herkennen… :'(. Mijn reactie op (goedbedoelde feedback) is ongepast. Veel te verdedigend, telkens weer, waardoor anderen het risico lopen dat ze na een tijd de energie om mij wat uit te leggen niet meer kunnen opbrengen. Ik bedoel het ECHT niet zoals de boodschap overkomt, en uiteraard heb ik niet door hoe mijn reactie overkomt, tot ze me dit onverbloemd aangeven (in een evaluatiegesprek 😉 ). 1 van de vragen die bij mij blijft hangen: hoe moet mijn reactie verwoord worden om al in de buurt te komen van hoe ik wil dat de boodschap overkomt? Ik bedoel: ik wil zeggen dat ik mee ben met hetgeen ze me net uitlegden (of in ieder geval denk mee te zijn en dit wil checken), maar dit komt over alsof ik élke keer enorm weerwerk bied. De strijd om iets te kunnen zeggen op die manier dat het overkomt zoals ik het bedoel, en de strijd om iets zo te interpreteren hoe anderen de boodschap wilden laten overkomen, het zal er altijd zijn. Het kost zoveel energie… Soms loopt het goed, en dan denk je: “zie je wel, het lukt meer wel dan niet, de communicatie.” Maar ja, dan komt de realiteit mij weer eens op mijn plaats stellen. Zo blijf ik bengelen tussen ‘het lukt om met anderen mee te kunnen’ en ‘het lukt me niet echt goed om mee te kunnen met anderen’.

14 dagen aan het werk

Het is een tijdje geleden dat ik nog iets op papier zette. Een tekstje dat ik deel met jullie. We zullen het maar steken op beginnen werken ;). Het is en blijft nog steeds een beetje vreemd: kunnen zeggen tegen anderen dat ik werk, dat ik ambtenaar ben. Zelfs dat ;). Nu kan iedereen zeggen dat ik niet werk ;). Maar soit. Gaan werken is blijkbaar toch iets dat ik al een beetje kende. Het is niet de eerste keer dat ik naar anderen moet luisteren, met collega’s samenwerk en zelf moet proberen in te schatten welke taak of opdracht prioriteit heeft. Het grote voordeel van werken bij de provincie, tenminste dat voordeel waar ik nu al het voordeel van heb mogen ervaren :), is het warme eten ‘s middags. Aaah wat doet dat deugd. Het is goed klaargemaakt. Geen platgekookte groenten en dingen waar je niet van kunt definiëren naar wat ze smaken.

Werken gaat vrij goed. Het aantal foutjes verminderd. Ik begin steeds meer diensten te kennen, waardoor ik de kans krijg om dossiers te gaan halen bijvoorbeeld. Ik start dossiers op. Ik begin te schrijven op een cleane dossiermap. In alle kleurtjes hebben we ze, maar ik gebruik de gele :). Allez, ik moet de gele gebruiken, hihi.

Ik ben dus het begin van de procedure die een dossier op onze dienst aflegt. Elke persoon werkt een deel van de procedure af. Het is wel de bedoeling dat iedereen het geheel kent. Alles moet uiteraard blijven draaien tijdens de verlofperiode van 1 of meerdere medewerkers, nietwaar? Zo kreeg ik de voorbije dagen de kans om wat nieuwe taken aan te leren die normaalgezien door een collega worden uitgevoerd. Ik was eerst wat bang dat ik daardoor de handelingen voor ‘mijn’ stap ging vergeten, maar dat viel uiteindelijk goed mee :).

Met andere woorden, het gaat zijn gangetje.

Voorbereiding

Het begint toch serieus af te korten. Morgen nog 12 dagen tot 1 augustus. Ik ben er mij – al is het nog onbewust – al op aan het voorbereiden hoor. Vannacht eindelijk nog eens goed geslapen, na enkele nachten niet in slaap geraken door een overactief brein… Vreemd toch eigenlijk, ik kan het me niet eens voorstellen hoe het is, voltijds werken. Net daarom dat beangstigende gedachten vrij spel krijgen. Als ik denk aan die eerste werkdag kan ik alleen maar zeggen dat ik doodmoe zal zijn, een veronderstelling tot nu toe. Gebaseerd op de nieuwe situatie, de nodige concentratie, de stress, de slechte nacht ervoor (hoogstwaarschijnlijk toch, mezelf kennende),… Voor de rest kan ik me dus echt niet inbeelden hoe die dag zal verlopen. Het zal uiteindelijk wel lukken waarschijnlijk, want meestal is zo’n dag achteraf gezien heel goed gegaan, en ben je na een aantal uren al vergeten dat je pas werkt. Ook al is het voor mijn toekomstige collega’s en diensthoofd evenzeer bang afwachten hoe ik het zal doen, autisme is hen niet volledig vreemd. Ze kennen er al meer van dan enkel wat in films getoond wordt of dat waarvan de maatschappij denkt dat het voor elke persoon met autisme geldt. Maar zij beseffen ook dat ik en mijn autisme ook anders zijn dan de collega en zijn autisme. Jammer dat hij net nu in ouderschapsverlof is, en ik hem pas zal leren kennen in november of december. Ben al vergeten wanneer hij terugkeert. Ik weet zelfs niet of hij op de hoogte is van de komst van een nieuwe collega, en dus ook van mijn autisme.

Grumbl

Het is officieel: er is een waardige vervanger voor de pesters uit mijn verleden mijn leven komen ‘verrijken’. Ik heb mij nog nooit zo kwaad gevoeld tegenover een andere persoon. Niets dat ik doe, wordt als goed aanzien. Mijn huis is te rommelig, ook al heb ik echt wel extra mijn best gedaan om op te ruimen tegen dat hij op bezoek kwam. Verzamelwoede wordt niet geaccepteerd… En dan gaat dat over de kartonnen dozen die in een kamer staan die we sowieso niet nodig hebben en dus ook niet gebruiken.
De politie zou zijn komen klagen over de vuiligheid op het domein. De huisvestingsmaatschappij heeft al zoveel schulden, de overheid wil meer sociale woningen, de gemeente wil dit niet omwille van de vuiligheid die deze met zich meebrengen. Hij heeft verantwoordelijkheid over zoveel mensen, ik zou mijn verantwoordelijkheid niet willen opnemen. We wonen hier rond met enkele gezinnen rond een binnenpleintje, en we zijn allen verantwoordelijk over het onderhoud. In werkelijkheid, en dat is overal zo, zijn er maar enkele die al het werk doen. En ja, ik durf te zeggen dat wij daar bij horen. Maar ja, in zijn ogen kan iedereen dat zeggen. Uiteraard.
Het feit dat er 2 bewoners vrij recent overleden zijn, dat zullen zijn collega’s wel weten, zegt hij, maar tegelijkertijd valt hij uit de lucht. Als ik vraag wat zijn normen zijn voor een propere woning en omgeving, dan zegt hij het volgende: “ik heb al verantwoordelijkheid over zoveel andere mensen, ik heb echt de tijd niet om iedereen nog eens op te voeden ook.” Hoewel ik duidelijk liet horen dat ik mijn best wil doen om aan zijn normen te voldoen, als hij zijn standpunt aangaf.
Pfft, hoewel hij nu al meer dan anderhalf uur geleden vertrokken is, mijn hart gaat nog steeds hard tekeer. Waarschijnlijk hangt er ook nog een terugvordering van huur boven mijn hoofd, terwijl die ontstaan is omdat ik gewoon geen geld meer had om een boterham te kopen. Maar dat maakt voor hem niet uit. Hij moet maar alle mensen met drugs- en/of alcoholproblemen opvangen die ‘ze’? bij hem binnen duwen. Welke boodschap heb ik als kleine huurder aan ‘al’ deze argumenten?
Het enige dat telt: het domein is vuil, er staan auto’s op het privéterrein (er zijn vier parkeerplaatsen voorzien in een garage, er worden 5 appartementen en 4 kleine woningen verhuurd…), ik heb een huurachterstand, mijn woning is te rommelig (citaat: “haal het huurcontract er maar bij”).
Hij ziet uiteraard niet dat ik, speciaal voor zijn komst, alle sigarettenpeuken aan de voordeur heb opgeruimd. Hoewel deze van andere bewoners zijn. Ik zit niet aan de voordeur te genieten van het zonnetje, een sigaretje te roken en mijn terrasstoelen op te bergen in de gemeenschappelijke gang. En, ja, ze staan niet in het gangpad, maar ze staan toch in de weg. Bijna voor mijn voordeur zelfs. Heb ik daar al over geklaagd? Nee, want water bij je wijn doen, hoort nu eenmaal bij in een appartementsgebouw wonen. Niet iedereen beschikt over een rechtstreekse toegang tot het binnenplein en de buitenlucht, dus ik begrijp volkomen dat deze bewoners met dit goede weer er ook van willen genieten.
GRUMBL Razend ben ik, nog steeds. Ik zal blij zijn als ik af ben van zijn verplichte bezoekjes.

Werkzoekende

Het is zover, deze week tekende ik mijn allereerste arbeidscontract. Er gaat ontzettend veel door me heen. In de eerste plaats is het spannend. Hoewel ik mezelf niet lui vind, ik weet niet wat het is om voltijds in een professionele werkomgeving te functioneren.
Daarnaast ben ik wel wat bang. Zal het mij lukken? Zal ik mijn werk goed doen? Loopt het goed met de collega’s? Zal ik niets essentieels vergeten? Heel veel vragen, maar omdat ik ze nog niet kan beantwoorden, blijven ze in mijn achterhoofd en tel ik verder de dagen af.

1 augustus, de dag dat mijn loopbaan begint. Hopelijk loopt de proefperiode oké en zijn ze tevreden over wat ik doe. Hopelijk voel ik er me goed na een tijdje en we als groep collega’s goed samenwerken.

Tegelijkertijd eindigt de loopbaan van mijn lieve peter op die speciale dag. Ik ben even gelukkig voor hem dan voor mezelf. Ik wens hem heel veel plezier met de tijd die vrij komt, zodat hij zich onder andere kan amuseren met zijn kleinkinderen.

Het wordt een ontzettend drukke juli, alles wat overdag nog moet gebeuren, plan ik uiteraard nu. Levering hier, afspraak daar, ziekenhuisbezoek ginder. Kijk er op een bepaalde manier wel naar uit. Hoe actiever ik dan ben, hoe meer ik er zelf van overtuigd kan geraken dat ik voldoende energie zal vinden om voltijds te kunnen gaan werken.

En zo blijft het in de eerste plaats positief spannend.

Groetjes!

Hakken

Je kent dat wel. Wonen in een appartement en tóevallig vind je bovenbuurvrouw het leuk om heel veel kilometers af te leggen in huis. Het is nu 23.30 u op een zondagavond en sinds een uurtje heeft ze haar schoenen aangetrokken. De eerste keer dat ze me opviel vandaag was pas tegen het avondeten. We (ik en mijn vriend) zijn daarmee verwend, want op een weekenddag durft ze ook wel eens thuis blijven ;). Toen nog op kousen… Het ergert me eigenlijk niet, je weet dat dit voortkomt uit het wonen in een appartement met bovenburen. Maar dat verandert uiteraard als ik het opmerk en er daarna bijna op gaan wachten om het op te merken. Ik draag zelf geen hakken, niet uit principe, maar omdat mijn enkels te zwak zijn om er te dragen. Ik zou zelfs niet weten of ik er al dan niet zou dragen, moest het wel kunnen.

Overdag ga ik er anders mee om, ik heb mijn bezigheden, de tv staat op een digitaal radiostation en daardoor valt het me niet élke keer op als mevrouw een stap zet. Vaak vind ik het pas echt lastig als ik probeer in slaap te vallen. Mijn hersenen zijn zo sterk dat ik tegelijkertijd kan piekeren en proberen kalm te worden. Als er dan boven nog vanalles wordt ondernomen, dan blijft er niet veel aandacht meer over om rustig te worden. Vaak met meer piekeren en wakker liggen als gevolg. Ik zou kunnen klagen bij de eigenaar, maar zo zit ik niet ineen. Maar het is ook niet dat het eenmalig is. Volgens mij begrijpt ze niet echt dat het zo stoort, of wel verliest ze het uur uit het oog en beseft ze pas later dat de tijd zo voorbijvloog voor haar.

Ik weet het nog niet, maar het begint op mijn zenuwen te werken. Je kan eens tegen iemand anders klagen en zo horen of anderen ook last hebben, maar ik heb in de tijd dat ik alleen of samenwoon nog nooit echt overwogen om er iets van te zeggen. Al vraag ik me echt af of iets tegen haar zeggen, iets zou helpen. Misschien eventjes, ja. Zou het meer indruk maken, moest de eigenaar er iets van zeggen? 

En toch, ik besef dat je in veel appartementsblokken niet veel moet doen om ervoor te zorgen dat 1 van je buren het opmerkt en denkt dat het toch wel wat stoort.

Zo zie je maar, zelfs thuis op hakken lopen zou al niet meer kunnen :). Ik bekijk het nog wel even.